De dag dat mijn fascinatie voor het lichaam als een politieke kwestie begon, was 19 februari 2018. Ik was dertien jaar oud. Op die dag onderging ik een (scoliose)rugoperatie; mijn bewegingsvrijheid lag in handen van anderen. Handen die mij konden voeden, verdoven, optillen en weer neerlegden. Tijdens mijn revalidatie die om en nabij zo’n 1,5 jaar duurde leerde ik een van de belangrijkste lessen uit mijn leven: mijn lichaam is een vessel. Als ik er goed voor zorg, kan het mij dragen.
Ongeveer twee maanden na mijn operatie kwam ik weer terug in de maatschappij waar ik een cruciaal stukje puberteit had gemist, het leren van het vrouwelijk ideaalbeeld. Het werd mij duidelijk hoe andere naar het vrouwelijk lichaam kijken. Dat hun pijn niet serieus wordt genomen. Dat ze hun benen over elkaar leggen om zo min mogelijk ruimte in te nemen. Dat als je iets zegt, je het moet brengen met een glimlach om hysterie vermoedens te voorkomen. Dat je stem slechts een mening is als je in de minderheid bent, en een mening daar is om er grappen over te maken, zolang je maar in de meerderheid bent. Toen ik dertien was, leerde ik dat conformeren aan de norm een gemakkelijker leven betekent.
Ongeveer twee maanden na mijn operatie kwam ik weer terug in de maatschappij waar ik een cruciaal stukje puberteit had gemist, het leren van het vrouwelijk ideaalbeeld. Het werd mij duidelijk hoe andere naar het vrouwelijk lichaam kijken. Dat hun pijn niet serieus wordt genomen. Dat ze hun benen over elkaar leggen om zo min mogelijk ruimte in te nemen. Dat als je iets zegt, je het moet brengen met een glimlach om hysterie vermoedens te voorkomen. Dat je stem slechts een mening is als je in de minderheid bent, en een mening daar is om er grappen over te maken, zolang je maar in de meerderheid bent. Toen ik dertien was, leerde ik dat conformeren aan de norm een gemakkelijker leven betekent.